Geloofsopvoeding; hoe doe je dat? Als kinderen over God vragen kun je soms in verlegenheid gebracht worden. Lees daarom hier, waarom het de moeite waard is om naar kinderen te luisteren, ze ruimte te geven om hun vragen te stellen én hoe je antwoord kunt geven.

Kinderen zijn bijzondere wezens en met name in de geloofsopvoeding kunnen ze je bijzonder verrassen. Wist je dat:
- Kinderen een natuurlijke aanleg hebben voor geloof? Als je goed luistert kun je in de woorden kinderen ‘geloof‘ horen doorklinken.
- Kinderen anders denken? Jonge kinderen vatten verhalen en symbolen letterlijk op. Van hieruit groeien ze naar de fase waar verhalen en symbolen letterlijk én figuurlijk worden begrepen.
- Kinderen kunnen fantastische vragen stellen en zijn ook in staat om tot zinnige redeneringen te komen.
Dit maakt dat kinderen bijzonder interessante gesprekspartners zijn maar tegelijkertijd vraagt hun geloofsontwikkeling ook om begeleiding en vorming. En hoe doe je dat?
Kinderen tellen mee.
Als je in de Bijbel op zoek gaat naar de positie van kinderen kom je al gauw tot de conclusie dat ze er helemaal bij horen.
Het Pesachfeest.

Tijdens de Pesachmaaltijd, één van de belangrijkste feesten uit de Joodse traditie, krijgt het jongste kind een bijzondere rol toegewezen. Hij of zij stelt 4 vragen. Deze worden uitvoerig en soms spelenderwijs, beantwoord. Vervolgens wordt de Hallel (psalm 113-118) gelezen en dit wordt vervolgd door vrolijke liedjes waar de kinderen als beloning voor hun aandacht aan mee mogen doen.
Spreuken 22:6
Leer een kind van jongs af aan de juiste weg en hij zal er niet van afwijken als hij oud geworden is.
Wat Jezus zegt over kinderen.
De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan. Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen. (Marcus 10:13-16, NBV)
De leerlingen van Jezus willen de kinderen bij hem weghouden. Maar Jezus berispt hen. ‘Wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’
Geef kinderen ruimte.
En dat is wat een kind kenmerkt. Openheid, nieuwsgierigheid en vertrouwen.
Kinderen stellen vragen
Kinderen ervaren de wereld (en het gedrag van mensen) vaak als een wonderlijk geheim waar ze voortdurend vragen over stellen. Ze hebben behoefte om de complexe werkelijkheid om hen heen te begrijpen. Vanaf een jaar of 4 kunnen kinderen met deze diepgaande vragen komen als: ‘Waarom kan ik God niet zien?’ of ‘Waarom gaan er mensen dood?’ of ‘Kan God mijn gebeden horen?’.
Een voorbeeld van zo’n vraag is deze:

Uitleggen dat God niet via Spotify of een CD-speler praat en dat dit de stem is van een bekende Christelijke zanger kan altijd nog. Hier gebeurt iets moois. Jens laat zich even in zijn hart kijken. Deze vraag geeft iets weg over zijn Godsbeeld. De volwassene stelt in dit geval dan ook een wedervraag; oftewel een spiegelvraag.
Spiegelvragen
Wij zijn geneigd om kinderen uit te leggen hoe de wereld in elkaar zit. We geven informatie en verklaringen en dat is op zich goed, maar het brein van kinderen werkt anders dan dat van ons. Spiegelvragen zijn wedervragen waarbij je probeert te achterhalen waarom het kind de vraag stelt.
Pien stelt geen dogmatische vraag, en verwacht dus ook geen dogmatisch antwoord. Wat de juf hier doet is een spiegelvraag stellen; wat bedoelt het kind nu écht? Dit blijkt een vraag naar geborgenheid te zijn. Het kind wil weten of de verdronken kinderen warm en geborgen zijn.
Godsdienstpedagoog prof. Schweitzer heeft een top 5 gemaakt van vragen die ten grondslag kunnen liggen aan de vragen die kinderen stellen.
- Wie ben ik? (De vraag naar identiteit.)
- Waarom ga je dood? (De vraag naar de zin van het leven.)
- Waar vind ik bescherming en geborgenheid? (De vraag naar God.)
- Waarom zou ik andere mensen goed behandelen? (De vraag naar goed en kwaad.)
- Waarom zijn er mensen met verschillende geloven? (Vraag naar betrouwbaarheid van de waarheden van anderen.)
Tussen de vragen van kinderen kunnen zich dus grote levensvragen verschuilen. Daarom is het van belang dat er goed geluisterd wordt.

Kant en klare antwoorden in geloofsopvoeding.
Eén van de redenen waarom volgens rabbijn Harold Kushner jongvolwassenen, wanneer ze ongeveer in de 20 zijn, vaarwel zeggen tegen het geloof (en/of de kerk) is omdat de antwoorden die ze als kind hebben gekregen op bovenstaande onderwerpen niet bevredigend waren. Vaak gaat dit gepaard met autoriteit: ‘Zo is het; en niet anders.’ Kant en klare antwoorden op deze grote levensvragen lijken in de eerste instantie beantwoord, maar het gaat voorbij aan het onderzoeken en het bevragen van de kinderen/ jongvolwassenen zelf. Terwijl juist dit onderzoeken en bevragen leidt tot het ‘eigen maken’ van het onderwerp. Het wordt iets van henzelf en dát is vorming. (Let op: ik bedoel hier niet te zeggen dat je je kinderen niet mag onderwijzen in het geloof, dat is iets anders en leg ik verderop uit.)
Godsbeeld
Jouw Godsbeeld beïnvloedt de antwoorden die jij geeft op vragen die je kinderen stellen over God en de manier waarop je over God praat.

Oké, naast het feit dat dit briefje een vorm van hilariteit bevat, laat ook deze jongen zonder naam zich even in het hart kijken hoe hij God ziet.
Geloofsopvoeding; luisteren, meedenken én onderwijzen
In de geloofsopvoeding kun je vanuit 3 rollen met kinderen spreken over God. Deze rollen wisselen elkaar organisch af, en soms ligt de nadruk wat meer op de ene rol dan de andere.
Praten door kinderen (luisteren)

Hier ben je als ouder een aandachtige waarnemer. Je luistert en observeert je kind. Het gaat met name om gevoelens, ervaringen, intuïties, ideeën en redeneringen. Kinderen krijgen hier alle ruimte om deze te delen in het gesprek. Een voorbeeld hiervan is ‘Pip en het randje van de hemel.’
Praten met kinderen (meedenken)
In deze rol ben jij als ouder een gelijkwaardige gespreksbegeleider. Het gaat hierbij om uitwisseling van gedachten. Het kunnen gesprekken zijn over Bijbelverhalen, maar ook over gebeurtenissen uit het heden. Het zijn open gesprekken.
Praten voor kinderen (onderwijzen)
Hier ben jij als volwassene de meerwetende partner. Je onderwijst het kind uit de Bijbel. Het gaat om overdracht van kennis; het vertellen van Bijbelverhalen het uitleggen van de rituelen als kerkgang, bidden, avondmaal, dopen enzovoorts. Dit kun je bijvoorbeeld doen door:
- Bijbelverhalen te vertellen
- Samen een Bijbeltekst uit het hoofd leren.
- Samen te zingen.
Laat er dus geen verwarring ontstaan dat inprenten fout zou zijn. Kijk maar naar het voorbeeld van de Pesachmaaltijd. De kinderen werden onderwezen en de antwoorden op de vragen de ze moesten stellen werden bij ze ingeprent. Verwar dit alleen niet met de vragen van kinderen over God waar geen ingeprent (kant-klaar-antwoord) op te geven is.
Tot slot
Voor ons een mooie opdracht. Het kind aan de hand meenemen naar de wereld achter deze wereld.
Kinderen leggen op hun manier de wereld uit. Zij ontwikkelen hun godsvoorstellingen op een hele eigen wijze. Daarom is er niets op tegen om hen theologen te noemen, ook al zijn zij niet wetenschappelijk gediplomeerd (Bucher, A 1992).
Gebruikte literatuur:
- Kushner, H. S., (1987). Als kinderen over God vragen. Baarn: Ten Have b.v
- Wolpe, D.J. (2003). Praten met kinderen over God. Amsterdam: Stichting Sja’ar.
- Valstar, J., Kuindersma, H. e.a. (2008). Verwonderen & ontdekken. Amersfoort: NZV Uitgevers
- Valstar, J., Willems, M., Kuindersma, H., Borré, C., Büttner, G. (2015). God is buiten de tijd. Amersfoort, Kwintessens.


Geef een reactie